Basisregels voor het werk met een kettingzaag

DE DUIMGREEP Hou beide handgrepen van de zaag stevig vast. Duimen en vingers moeten helemaal om de handgrepen heen gevouwen zijn. Het is zeer belangrijk om de duim van uw linkerhand onder de voorhandgreep te houden om de kracht van een mogelijke terugslag te verminderen.

DICHTBIJ Wees niet bang van de zaag! Hou hem dicht bij uw lichaam voor een goede balans. Bovendien voelt de zaag dan minder zwaar aan.

BALANS Ga met uw voeten uit elkaar staan. Om de best mogelijke balans te krijgen, zet u uw linkervoet net iets voor uw rechtervoet.

DOOR UW KNIEËN BUIGEN Spaar uw rug! Werk niet met een gebogen ruggengraat, ga in plaats daarvan door uw knieën als u in lage posities moet werken.

VERPLAATSEN/TRANSPORT De ketting mag niet draaien, wanneer u naar een andere plek gaat. Wanneer u slechts enkele stappen zet, dient u de kettingrem te activeren of de motor uit te zetten. Wanneer u over een langere afstand gaat verplaatsen (bijvoorbeeld van en naar de vellocatie) of bij transport (auto), moet u de zaagbladbescherming aanbrengen.

VEILIGHEIDSAFSTAND Zorg ervoor dat personen verder dan 3–5 meter van u vandaan blijven wanneer u met een kettingzaag werkt. Tijdens het vellen van een boom is een grotere veiligheids­afstand vereist. Zie 6.1 - Werktechniek en veiligheid bij het vellen van bomen.
There are no products in this category